Josanne H. Verhagen

Erasmus Medisch Centrum, afdeling Viroscience
Promotie onderzoek & coördinator surveillance influenza A virussen in wilde vogels

Wilde watervogels (voornamelijk eenden, ganzen en meeuwen) vormen het reservoir voor de meeste vogelgriepvirussen. Deze vogelgriepvirussen lijken geen ziekte te veroorzaken in wilde watervogels. Vanuit wilde watervogels kunnen de virussen worden overgedragen naar andere diersoorten, waaronder pluimvee, varkens en de mens. Sinds 1998 worden vanuit de afdeling Viroscience van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam jaarlijks duizenden wilde vogels bemonsterd in binnen- en buitenland voor het detecteren van vogelgriepvirussen. Het doel van het bemonsteren van de wilde vogels is om een beter inzicht te krijgen in de virussen die in de natuur voorkomen en de rol die wilde watervogels spelen in de verspreiding en handhaving van vogelgriep virussen. Binnen het nationale vogelgriep surveillance programma in wilde vogels wordt er samengewerkt met vangers die gebruik maken van traditionele vangst technieken, waaronder eendenkooikers en ganzenvangers. Sinds 2006 worden in Nederland binnen het vogelgriep surveillance programma de meeste ganzen via de ganzenvangers bemonsterd. Het voorkomen van vogelgriep in ganzen varieert per jaar. De langdurige samenwerking met de ganzenvangers maakt het mogelijk inzicht te verkrijgen in de oorzaak van deze variatie. Daarnaast is het mogelijk via de ganzenvangers ganzen verspreid in ruimte en tijd te bemonsteren gedurende het overwinteren in Nederland hetgeen de kans op het detecteren van de kort durende vogelgriep virus infecties zeer waarschijnlijk ten goede komt. Het ringen van de ganzen gecombineerd met het bemonsteren voor vogelgriep virussen, maakt het mogelijk de aan- of afwezigheid van vogelgriep virussen te koppelen aan terugmeldingen van geringde ganzen. Ganzen zijn minder vaak geïnfecteerd met vogelgriep virussen dan eenden. Echter, de rol van ganzen met betrekking tot bijvoorbeeld vogelgriep in pluimvee dient verder bestudeerd te worden. Een dergelijk studie vraagt een interdisciplinaire aanpak en is uitsluitend mogelijk door een nauwe samenwerking van virologen, ecologen en ganzenvangers. Dankzij de traditionele ganzenvangst is Nederland een van de weinige landen waar het mogelijk is de rol van ganzen in bijvoorbeeld de verspreiding van vogelgriep virussen, systematisch en langdurig te bestuderen.